13 januari 2017

Tussentijdse balans voor mobiliteit in Brussel: wanneer slaat de turbo aan?

 

Halverwege de legislatuur is een geschikt moment om de balans op te maken van het Brussels mobiliteitsbeleid: heel wat grote projecten van de Brusselse regering staan in de steigers, maar om tegen het einde van de rit een mooi rapport te kunnen voorleggen, wordt het tijd dat de turbo aanslaat - met als belangrijke voetnoot dat enkele cruciale beleidsaspecten aan het Brusselse niveau ontsnappen: de vooruitgang van het GEN, het statuut van de bedrijfswagens, de uitbouw van transitparkings in de twee andere gewesten… Ook op al deze vlakken mag het gaspedaal (of beter: het elektrische pedaal) nu ingedrukt worden. 

Investeringen ondergronds

De problemen met de autotunnels zorgden voor een onverwacht grote stilstand in Brussel. Het ambitieuze meerjareninvesteringsplan van de Brusselse regering om de tunnels een voor een aan te pakken, is een uitgesproken engagement om de Brusselaars, pendelaars en toeristen op een vlotte en veilige manier door de stad te loodsen.

Een even groot, zo niet groter, dossier op het bord van de regering was en is de uitbreiding van de metro. In dit gigantische project, met een kostenplaatje en tijdshorizon die een regering die op lange termijn durft denken waardig is, is nu eindelijk het startschot gegeven. Investeringen in openbaar vervoer zijn investeringen in een leefbare stad.   

Bovengrondse talming

Helaas volgen bovengronds de daden niet altijd de woorden. De vertramming van lijn 71 werd met de nodige luister ten grave gedragen, maar ondertussen wachten we met ongeduld op de herinrichting van de Elsensesteenweg en het aangepaste circulatieplan.

Het Brabantnet, met diverse tramlijnen die het Brussels en het Vlaams Gewest met elkaar verbinden, schept terecht hoge verwachtingen. Vreemd dat in de laatste beleidsbrief van de minister van Mobiliteit met geen woord gerept wordt over dit belangrijke project, dat hij nochtans een warm hart toedraagt.

Deelwagens, net als het delen van ritten, zullen onvermijdelijk deel uitmaken van onze toekomstige stedelijke mobiliteit. Toch blijft het Taxiplan van de regering al maandenlang in sluiers gehuld.

Wat het fietspadenplan van de minister betreft (wanneer komt het gedetailleerde plan naar het parlement?): we hopen natuurlijk dat het de verwachtingen inlost. Het stijgend aantal fietsers in onze stad verdient immers een sterk beleid ter zake. Fietsen is een gezonde, milieuvriendelijke en snelle manier om je in de stad te verplaatsen, maar het is niet overal evident in Brussel. We moeten zoveel mogelijk afgescheiden fietspaden voorzien – waaronder ook fietsbruggen over heikele verkeerspunten - en waar dit niet mogelijk is op zijn minst zorgen voor aaneengesloten fietspaden.

Na lang onderhandelen is vanaf 1 januari 2017 eindelijk het gewestelijk parkeerbeleidsplan in werking getreden. Het zwaartepunt ervan verschoof de laatste jaren helaas van het gewest richting de gemeenten. De gemeenten moeten het plan nu implementeren. En gezien het track record van een aantal gemeenten hoed ik me om al te vroeg optimistisch te zijn.

Dat er ondertussen een parkeergeleidingssysteem in Stad Brussel geïnstalleerd wordt, is een goede zaak, maar verkeersstromen moeten van aan de grenzen van het Gewest gestuurd worden. Hiermee beginnen in het centrum van onze stad is te laat.

Dat de minister-president ondertussen de bouw van 25.000 Park & Ride parkeerplaatsen aankondigt aan belangrijke openbaar vervoerhaltes mag dan wel goed klinken, maar niet als tegelijk de doelstelling van het Iris II-plan om de autodruk in het gewest te verlagen met 20 procent wordt bijgesteld naar 15 procent.

Elektrisch, gedeeld en zelfrijdend

De toekomstige stadsmobiliteit zal gestuurd worden door drie tendensen. Ten eerste is er elektrische mobiliteit. Innovatie op dit gebied gebeurt met grote stappen. De prijs voor autobatterijen is de laatste jaren enorm gedaald. Steeds meer autoconstructeurs bieden elektrische modellen aan. Dit is fantastisch nieuws voor stedelijke mobiliteit. Alle Brusselaars zijn gebaat met properdere lucht en minder geluidshinder. Echter, geen woord over elektrische mobiliteit in de beleidsverklaring van de minister-president.

Ten tweede, deelwagens en het delen van ritten. De recente lancering van free-floating zal het gebruik van deelwagens een duw in de rug geven. Over het delen van ritten is het echter heel stil. Smart phones en apps bieden ons nochtans geweldige kansen om onze mobiliteit te organiseren en onze stad leefbaarder te maken.

Ten derde zullen zelfrijdende voertuigen onze toekomstige stedelijke mobiliteit veiliger, vlotter en duurzamer maken. Deze technologie zit nu nog in de testfase, maar het is al lang niet meer de vraag óf de zelfrijdende auto er komt, louter wanneer. Beter vroeg dan laat buigen we ons als Brusselse beleidsmakers dan ook over de vraag hoe we deze onafwendbare evolutie een plaats zullen geven in ons stedelijk weefsel.

Mobiliteit van de toekomst

Deze drie tendensen zullen elkaar bovendien versterken. Een modern, stedelijk mobiliteitsbeleid bereidt zich dan ook best voor op een elektrische, gedeelde en zelfrijdende toekomst, rekening houdende met de specifieke Brusselse context. Ik vraag dan ook aan de regering om de evoluties in deze domeinen van nabij te volgen en ervoor te zorgen dat deze duurzame mobiliteitstendensen zich verder kunnen ontwikkelen in ons gewest, eerder dan ons te betonneren in “oude mobiliteit”. Zo zullen we ook aantrekkelijk blijven voor huidige en toekomstige ondernemingen.

Who run the world?

Alle oproepen aan onze Gewestregering ten spijt, vraag ik me af of ik me wel aan het juiste adres richt. Naast het gewestniveau (regering, parlement), is er in Brussel immers een parallel niveau dat wel heel veel invloed heeft: de 19 gemeenten. Elkeen van hen lijkt een vetorecht te hebben waardoor zij beslissingen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest lang kunnen blokkeren: de vertramming van lijn 71, de herinrichting van de Leuvensesteenweg, de uitrol van een gewestelijk parkeerbeleid... De 19 gemeenten dragen vandaag een grote verantwoordelijkheid in het welslagen van de gewestelijke ambities. CD&V blijft - ook op mobiliteitsvlak - ijveren voor een overdracht van bevoegdheden van de gemeenten naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Zolang dit niet gerealiseerd wordt, zal de turbo in Brussel dan ook pas aanslaan als Gewest en gemeenten elkaar beter vinden. Hopelijk gebeurt dit wél in de tweede helft van deze legislatuur.

Zie ook het artikel dat Bruzz aan dit betoog wijdde: 

http://www.bruzz.be/nl/actua/mobiliteit-tijd-dat-de-turbo-aanslaat

 

Identiteitskaart

Paul Delva

Fractieleider CD&V Brussels Parlement
Raadslid Vlaamse Gemeenschapscommissie

Lombardstraat 57
1000 Brussel 

pdelva@bruparl.irisnet.be
+32 2 549 64 50

Twitter

Volg je me ook via sociale media?