22 april 2016

Pistes voor de economische heropstanding van Brussel

 

In de commissie Economie van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement vond op 21 april een debat plaats over de economische gevolgen van de aanslagen van 22 maart in Brussel. De gevolgen van de aanslagen op de Brusselse economie zijn dramatisch. Brussel heeft vandaag het imago een gevaarlijke en onbereikbare stad te zijn. Gevaarlijk, na de aanslagen van 22 maart én de Brusselse lockdown na de aanslagen in Parijs. Onbereikbaar, na de tunnelsaga, het sluiten van de metro na de aanslagen, en de onhandige invoering van de voetgangerszone.

Handel en horeca zijn in de eerste plaats getroffen. Omzet- en winstdalingen zijn enorm. Vele zaken zijn met sluiting bedreigd. Hun klanten vinden vandaag moeiteloos de weg naar steden als Waterloo, Gent en Knokke. Maar er zijn ook de grote ondernemingen die vandaag hun zetel in Brussel hebben en de vele headquarters van internationale bedrijven. Zullen zij hun keuze om aanwezig te zijn in Brussel ook op langere termijn aanhouden, wanneer de stad dat negatieve imago met zich meedraagt? De enorme Brusselse ‘jobreservoir’ is geen evidentie. Wanneer de tertiaire sector getroffen wordt, zal dit ook belangrijke consequenties hebben voor de vele jobs voor laaggeschoolde Brusselaars die eruit voortspruiten.

Naast een zo snel mogelijke terugkeer naar een ‘normaal’ functioneren van de stad, moeten er maatregelen genomen worden aan de aanbod- en de vraagzijde. De economische steunmaatregelen van de Brusselse en de federale regering gaan absoluut in de goede richting. Zou de stad Brussel hun voorbeeld kunnen volgen en eindelijk eens bijvoorbeeld de ‘uithangbordentax’, door handelaars vaak beschouwd als een pestbelasting, ter discussie stellen?

En dan de vraagzijde: hoe kunnen we ervoor zorgen dat Brusselaars, Belgen en buitenlanders opnieuw naar Brussel willen komen? Gerichte communicatiecampagnes moeten opgezet worden. Cruciaal hierbij is de vraag wié hierbij de boodschap naar buiten brengt. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en haar regering zijn natuurlijk al te zeer betrokken partij. Gemeenschappelijke projecten met de andere gewesten en met het federale niveau lijken ons een must. Maar laten we niet vergeten dat Brussel ook de hoofdstad van Europa is. Goede ambassadeurs voor Brussel komen waarschijnlijk uit het buitenland: expats, Europarlementsleden, CEO’s van internationale ondernemingen die in Brussel actief zijn…

En dan zijn er natuurlijk nog de Brusselaars zélf. “#enjoybrussels” klinkt nog het meest geloofwaardig als deze woorden door de inwoners van de stad zélf worden uitgesproken…

 

 

Wie is Paul?

Paul Delva

Fractieleider CD&V Brussels Parlement
Raadslid Vlaamse Gemeenschapscommissie

Lombardstraat 57
1000 Brussel 

pdelva@bruparl.irisnet.be
+32 2 549 64 50

Twitter

Volg je me ook via sociale media?