13 januari 2016

Laat Brussel bruggenbouwer zijn!

 

Brussel, bruggenbouwer

“Brussel, het Venetië van het noorden.” Niet echt iets dat je in toeristische gidsen leest. Nochtans, net als de lagunestad is ook Brussel niet meer dan een verzameling (spreekwoordelijke) stadseilandjes. In de oude Dogestad verplaatst men zich op het water, of, nog vaker, te voet. De vele honderden eilanden worden er verbonden met voetgangersbruggen van waarop je de meest verrassende en wonderbaarlijke uitzichten op de Venetiaanse palazzi en kanalen hebt.

In Brussel verplaatst men zich tussen de figuurlijke stadseilandjes voornamelijk met de auto. Er zijn immers geen fiets- of voetgangersbruggen tussen de verschillende ‘eilanden’. Om je te voet of met de fiets door Brussel te bewegen, moet je je mengen in de onafgebroken slinger gemotoriseerd verkeer. En net zo min als toeristen in Venetië zin hebben in natte voeten en dus een boot nemen als ze over de kanalen varen, hebben heel wat Brusselaars geen zin in door angstzweet doordrenkte kleren en kiest men voor de auto als men naar de andere kant van de stad wil.

Fiets- en voetgangersbruggen

Fiets- en voetgangersbruggen, die op enkele strategische plaatsen het fiets- en voetgangersverkeer scheiden van het gemotoriseerd verkeer, zouden nochtans heel wat drempels kunnen wegnemen en zo promotie maken voor de alternatieven voor de wagen. Onder meer in Denemarken en Nederland vind je pareltjes van voorbeelden. Dichterbij werden in Kortrijk meerdere prachtige fiets- en voetgangersbruggen gebouwd.  Ook in Brugge en Wetteren worden bruggen gepland om twee oevers te verbinden. De twee tijdelijke fiets- en voetgangersbruggen over het Brusselse Kanaal sluiten hier mooi bij aan. Maar waarom in Brussel geen fiets- en voetgangersbruggen over drukke autostromen bouwen en zo de gescheiden oevers met elkaar verbinden? Fiets- en voetgangersbruggen hebben alvast enkele grote voordelen.

Vlottere doorstroom

Een gouden wortel om autobestuurders naar een ander vervoersmiddel te laten overstappen, is zorgen voor zo weinig mogelijk drempels, zoals verplichte overstappen. Hoe meer een traject kan afgelegd worden met één vervoersmodus, hoe groter het succes. Fietsers botsen in Brussel onophoudelijk op hindernissen. Vaak gaat het om niet aaneengesloten fietspaden. Fietsersbruggen kunnen missing links letterlijk overbruggen en op die manier aaneengesloten fietstrajecten aanbieden. De stad moet niet volgebouwd worden met fietsviaducten, maar op strategische plaatsen, zoals grote kruispunten, kunnen ze een grote meerwaarde bieden. Aan het station van Antwerpen-Berchem, met een brug over De Singel, wordt deze filosofie alvast gevolgd. Dat er recent enkele ‘onderbruggingen’ aan het Kanaal aangekondigd werden, past in dezelfde lijn.

Veiligere doorstroom

Al te vaak moeten fietsers van het fietspad en op de weg. Tussen het autoverkeer moeten manoeuvreren is niet zonder gevaar. Ik hoef hier niet te verwijzen naar de dode-hoek-ongevallen, of de discussie rond het al dan niet verplicht maken van een fietshelm. Op strategische, ongevalgevoelige plaatsen een alternatief bieden aan fietsers en voetgangers kan alleen maar helpen om het aantal verkeersslachtoffers te laten dalen.

Kijk! Fietsers!

Fiets- en voetgangersbruggen zijn in essentie ook een erkenning van fietsers en voetgangers. De autodruk in onze stad is hoog, te hoog, en een gezonde realiteitszin dwingt ons te erkennen dat dit helaas nog een tijd zo zal zijn. Beleidsmakers moeten in tussentijd wel blijven werken aan een stad die fiets- en voetgangersvriendelijk is. Ze moeten duidelijk maken dat Brussel er ook voor hen is. Fiets- en voetgangersbruggen zijn dan ook geen erkenning van de wagen als het belangrijkste vervoersmiddel dat zo veel mogelijk vrij spel moet krijgen in de Brusselse straten. Net zoals de fietswegmarkeringen zorgen bruggen voor een verhoogde zichtbaarheid van een alternatief vervoersmiddel.

Nieuwe stadsbeleving

Naar de tijd waarin Brussel doorkliefd werd met autoviaducten moeten we natuurlijk in geen geval niet terug. Afgrijselijke automuren, zoals het Reyersviaduct, die twee wijken van elkaar afsnijden, terwijl een viaduct zou moeten verbinden, worden terecht afgebroken. Maar fietsers en voetgangers naar een hoger niveau tillen, kan voor een heel nieuwe stadsbeleving zorgen. In New York werd enkele jaren geleden een in onbruik geraakte, verhoogde metrolijn, de High Line, omgeturnd tot een stadspark voor voetgangers. Je vindt er een combinatie van groen en zitbanken, en hier en daar werd de High Line gebouwd als een tribune om uit te kijken over het niet aflatende theater van de stad. Fiets- en voetgangersbruggen kunnen dus zorgen voor een nieuwe kijk op de stad, zoals ook een kabelbaan dat zou kunnen zijn.

Landmark

Tot slot, fiets- en voetgangersbruggen kunnen een toeristische landmark zijn voor onze stad. Een architecturaal pareltje kan onze stad op de kaart van de moderne stadsontwikkeling zetten. Een beetje zoals een skytrain, maar vermoedelijk een pak goedkoper.

We moeten onze stad natuurlijk niet vol bouwen met fiets- en voetgangersbruggen, alsof het om een parallel circuit zou gaan, zoveel meter boven de begane grond, zodat fietsers en auto’s elkaar nooit meer kruisen. Over het Canal Grande liggen ook maar vier bruggen. Maar op strategisch gekozen plaatsen kunnen ze een bijzondere meerwaarde bieden. Laat Brussel meer zijn dan een verzameling eilandjes. Laat onze stad een bruggenbouwer zijn. In de Europese wijk gebeurt dit al tussen de 28 lidstaten, nu nog tussen onze eigen eilandjes.

 

Wie is Paul?

Paul Delva

Fractieleider CD&V Brussels Parlement
Raadslid Vlaamse Gemeenschapscommissie

Lombardstraat 57
1000 Brussel 

pdelva@bruparl.irisnet.be
+32 2 549 64 50

Twitter

Volg je me ook via sociale media?