5 november 2015

Guggenheim aan het Kanaal

 

Eind oktober bekrachtigde de Brusselse Regering de aankoop van het gekende Citroëngebouw en bijhorende site in de Brusselse Kanaalzone. Deze site heeft een sterk potentieel voor gedurfde en eigentijdse stadsontwikkeling voor de hele wijk. Voor de 45.000 m² grote site spreekt men in hoofdzaak over een toekomstig museum in het iconische hoekgebouw. Door de aankoop wordt deze “landmark” behouden en versterkt, maar het hoekgebouw beslaat ‘slechts’ een derde van de totale oppervlakte.

Met de ontwikkeling en de uitbouw van een Museum voor Moderne en Hedendaagse Kunst, een Belgisch Guggenheim, zal de Brusselse Regering haar Regeerakkoord uitvoeren. Key issue voor CD&V: we veronderstellen dat het Brussels Gewest zijn huiswerk grondig gemaakt heeft en vandaag een helder antwoord heeft op enkele cruciale vragen. Kan het gebouw überhaupt dienst doen als museum en met welk bijkomstig kostenplaatje, zowel op korte termijn voor de uitbouw, als op lange termijn voor de exploitatiekosten? Is een sanering nodig? Brussels Minister-President Vervoort verklaarde al dat deze kosten, indien nodig, door de verkoper gedragen worden. Natuurlijk blijft het bewaren van het budgettair evenwicht in de Brusselse begroting prioriteit.

Naast de financiële kant bestaat onduidelijkheid over de collectie(s) die hun stek in dit museum zullen krijgen. De federale regering - bij monde van staatssecretaris Sleurs - geeft aan dat de prachtige (federale) collectie van de Koninklijke Musea van Schone Kunsten opnieuw in die musea hun plaats moet krijgen. That makes sense. De piste van de Brusselse Regering is om werken van privéverzamelaars in het Citroëngebouw onder te brengen.  N-VA is dit laatste idee niet genegen en haalt enkele buitenlandse voorbeelden aan waarbij de samenwerking tussen publieke gebouwen en privécollecties niet goed liep. Maar als zowel de federale collectie onder geen beding naar de Citroënsite kan komen én men ook de piste van privécollecties naar de prullenmand verwijst, dan vragen wij ons af: what’s in it for Brussels?

Andere buitenlandse voorbeelden, en niet van de minste, tonen aan dat samenwerking (al dan niet tijdelijk) tussen privéverzamelaars en publieke musea wél succesvol kan zijn. De Deichtorhallen in Hamburg, het Museum of Modern Art in San Francisco of het Institute of Art in Chicago bijvoorbeeld. De deur voor deze optie meteen sluiten, lijkt ons dus voorbarig. Natuurlijk mag Brussel hier niet over één nacht ijs gaan. Maar als dit project levensvatbaar blijkt, zou de combinatie van de federale collectie in de gebouwen van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten, met privécollecties in het Citroëngebouw, van Brussel een sterke speler maken in de wereld van de Moderne en Hedendaagse Kunst. 

Het potentieel van de Citroënsite stopt overigens allerminst bij een museum. Ook de andere twee derden van de oppervlakte krijgen verdere invulling. De opportuniteit voor woningen is groot. We kiezen resoluut voor een project dat door de buurt gedragen en gemaakt wordt en zien de ontwikkeling van de Citroënsite als de gedroomde kans voor buurtparticipatie. Daarom staan we op een sterke dialoog met de omgeving en iedereen die creatieve ideeën voor de concrete invulling van de locatie heeft, zodat de Citroënsite geen zure toekomst tegemoet gaat.

Paul Delva & Brigitte Grouwels

CD&V-volksvertegenwoordigers van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement

 

Wie is Paul?

Paul Delva

Fractieleider CD&V Brussels Parlement
Raadslid Vlaamse Gemeenschapscommissie

Lombardstraat 57
1000 Brussel 

pdelva@bruparl.irisnet.be
+32 2 549 64 50

Twitter

Volg je me ook via sociale media?