30 augustus 2016

Eén plus één maakt drie: co-teaching voor beginnende leerkrachten

 

Volgens het onderwijstijdschrift Klasse wordt ‘co-teaching’ de trend van het komende schooljaar. De aanpak waarbij meerdere leerkrachten voor de klas staan is momenteel voornamelijk gekend in opleidingen waar ook kinderen met bijzondere noden les volgen, maar zou eveneens een motiverende aanpak kunnen zijn voor beginnende leerkrachten. Minimaal 155 leerkrachten zullen er extra nodig zijn in het Brussels Nederlandstalig onderwijs. En dat tegen 2020. De fact sheet waarmee het Brussels Studies Institute onlangs uitpakte is duidelijk. Eén van de zaken waarop we nog veel meer moeten inzetten is het bijhouden van leerkrachten. Dit blijkt niet altijd even evident. Brussels Studies suggereert een duidelijkere focus op mentorschap en co-teaching, en dat kan ik alleen maar beamen.

Met een boekentas vol materiaal en advies staan leerkrachten bij het begin van het schooljaar oog in oog met hun pupillen. Gemiddeld 44 onbekende en starende ogen, het ene paar al leergieriger dan het andere. Na tal van stage-uren, telkens geruggesteund door een mentor of opleidingsbegeleider, staan de leerkrachten er dan plots echt alleen voor.

Alarm: 2 op de 5 stopt ermee

In de 317 hoofdscholen en wijkantennes van het Brussels Nederlandstalig onderwijs houden dit jaar om en bij de 4500 vaste en tijdelijke leerkrachten het krijtje of de digibordpen vast. Ongeveer 40 procent van de leerkrachten die in 2009 in Brussel startte, besliste om binnen de 5 jaar datzelfde krijtje of diezelfde digibordpen terug neer te leggen.
We weten nochtans hoe we dit grotendeels kunnen vermijden. Onderzoek leert ons dat ondersteuning door collega’s en directie in de beginjaren de cruciale factor is voor een volgehouden leerkrachtenloopbaan.

Met 2 voor de klas werkt

Contra-intuïtief misschien, maar bijkomende ondersteuning hoeft geen extra werk te betekenen. Enter: co-teaching, of nog, klasinterne ondersteuning.
Terwijl de ene leerkracht de inhoudelijke invulling aan een les geeft, zorgt een andere ervoor dat de leerlingen die extra begeleiding nodig hebben die ook krijgen. Zo worden maximale kansen voor elke leerling gecreëerd. Co-teaching komt tegemoet aan de noden van elke leerling. Een win-winsituatie dus.

Co-teaching is niet nieuw. In Oostenrijk bijvoorbeeld, is de methode uitgegroeid tot een standaard in vele Volksschuler, vergelijkbaar met de eerste graden van het lager onderwijs. In ons land bestaat deze methode ook al jaren, maar dan voornamelijk in het buitengewoon onderwijs. Ook in het reguliere onderwijs liggen er nochtans quick wins voor het grijpen.

1+1=3, kruisbestuiving tussen generaties

Co-teaching kan bijvoorbeeld beginnende leerkrachten aan meer ervaren collega’s koppelen. Ook die laatste winnen erbij. Zij maken op deze manier, via de beginnende leerkracht, kennis met nieuwe werkvormen en onderwijstechnieken, zodat ook hun lespraktijk mee evolueert. Dit is een mooie aanvulling op de bestaande mogelijkheden tot bijscholing en professionalisering en kadert in de visie van levenslang leren. Risico op routine wordt op die manier verlaagd. Het is een kruisbestuiving zonder er extra tijd in te moeten investeren, want voorbereiden moet immers sowieso. Het enige wat co-teaching van leerkrachten vraagt, is om samen te werken en elkaar te vertrouwen. Vrijheid in ruil voor effectiviteit.

Co-teaching bestaat in verschillende varianten. Het hoeft niet zo te zijn dat er steeds één leerkracht de lead neemt en een andere de individuele begeleiding opneemt. Bij station-teaching bijvoorbeeld, een variant, wordt een groep leerlingen verdeeld in enkele verschillende groepen. Sommige werken individueel, anderen worden begeleid door de leerkrachten. Op die manier kunnen twee klassen geleid worden door twee leerkrachten, en kunnen de leerkrachten elkaar ondersteunen in plaats van hun taak alleen te moeten doen, enkel voor hun eigen klas.

Uitstroom van leerkrachten indijken

De cijfers van uitstromende leerkrachten liggen veel te hoog. Zeker in Brussel. De lerarenopleidingen zijn kwalitatief goed, maar zodra de praktijk realiteit wordt valt opeens alle begeleiding weg. De ondersteuning van beginnende leerkrachten is dus bijzonder cruciaal. Het spreekt voor zich dat co-teaching per school, onderwijsniveau of richting anders ingevuld kan worden. Dat is dan ook meteen de meerwaarde ervan. Niet alle lessen kunnen of hoeven op deze manier gegeven te worden en de tijdsinvestering wordt zelf ingevuld. Zaak is dat leerkrachten elkaar kunnen versterken en dat we op die manier de alarmerende cijfers van de uitstroom van leerkrachten naar beneden halen. Zeker als we weten dat er een dreigend tekort aankomt is dit een absolute must. Creativiteit en enige moed en durf kan ons al ver brengen. Zet die klasdeuren open en experimenteer!

Paul Delva
Fractieleider CD&V in het Brussels Parlement

 

Wie is Paul?

Paul Delva

Fractieleider CD&V Brussels Parlement
Raadslid Vlaamse Gemeenschapscommissie

Lombardstraat 57
1000 Brussel 

pdelva@bruparl.irisnet.be
+32 2 549 64 50

Twitter

Volg je me ook via sociale media?