27 januari 2016

Brusselse tunnels: momentum voor slimme kilometerheffing

 

CD&V Brussel pleit voor een renovatie van de tunnels die de veiligheid van de automobilisten waarborgt. Voor de financiering daarvan kijkt CD&V naar een versnelde invoering van een slimme kilometerheffing en niet naar een tunneltol. De renovatie van de tunnels kadert in een bredere visie op de Brusselse mobiliteit. Hierbij wordt sterk ingezet op alternatieven voor het autoverkeer. 

De Brusselse tunnels vandaag definitief sluiten is voor CD&V Brussel geen optie. Noch de Brusselaars, noch de Brusselse economie zouden hierbij gebaat zijn. Onze stad moet vlot bereikbaar blijven.

 
Slimme kilometerheffing en leefbare wijken

De Brusselse tunnels renoveren kost handenvol geld. Schattingen lopen uiteen tussen 500 miljoen en 1 miljard euro. Dit financieren is geen sinecure. Er moet hierbij worden ingezet op de versnelde invoering van een slimme kilometerheffing voor personenwagens. Ook het bedrijfsleven is daarvoor vragende partij. Voor CD&V Brussel is het hoog tijd om met de drie gewesten aan tafel te gaan om de invoering van zo’n slimme kilometerheffing te bespreken.

 
CD&V Brussel ziet teveel nadelen aan een tolheffing die wordt betaald door de gebruikers van de Brusselse tunnels. Dat zou er toe leiden dat de wijken rond de tunnels dichtslibben met sluipverkeer. Wij willen leefbare wijken met daarin een minder prominente plaats voor de auto. Bovendien zijn – anders dan vaak vermoed wordt – niet de pendelaars, maar wel de Brusselaars de grootste gebruikers van de autotunnels.

Vlottere mobiliteit

Parallel met het garanderen van een veilig autoverkeer door de Brusselse tunnels moet geïnvesteerd worden in een vlottere Brusselse mobiliteit. En dat door in te zetten op minder autogebruik. Auto- of ritdelen moet verder aangemoedigd worden. Dit kan bijvoorbeeld met, naar Amerikaans voorbeeld, high occupancy lanes (rijvakken voorbehouden voor wie carpoolt). Daarnaast dienen we het fiscaal gunstregime voor bedrijfswagens af te schaffen in ruil voor een mobiliteitsbudget. Daarmee kiest eenieder zijn of haar manier van verplaatsen.

Ook het bedrijfsleven kan een bijdrage leveren aan het ontwarren van de mobiliteitsknoop, met glijdende uren en telewerk. Of met het voorzien van een (elektrisch) wagenpark en bedrijfsfietsen.
 
Verder zijn evidente investeringen nodig om de alternatieven voor de auto aantrekkelijker te maken: overstapparkings bouwen, ook in de twee andere gewesten, waar pendelaars kunnen overstappen op het openbaar vervoer, aanleggen van fietspaden en fietssnelwegen, investeren in de metroaanleg en in een snellere invoering van het GEN netwerk.

Openbaar vervoer, te fiets, te voet

De Brusselse tunnels renoveren betekent dus geenszins dat we alternatieven voor de personenwagen laten vallen. Elke Brusselaar, pendelaar of bezoeker moet veilig en vlot, overal in ons gewest kunnen geraken. Bij voorkeur te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer. Dat is het STOP principe dat CD&V Brussel steeds gehanteerd heeft. In laatste instantie heeft ook de auto een plaats in de stad. Alleen met een breed gedragen en toekomstgericht mobiliteitsbeleid, met aandacht voor de verschillende vervoersmodi, gaan we de Brusselse mobiliteit weer vlot krijgen.

Bianca Debaets, Paul Delva, Brigitte Grouwels, Joris Poschet, Steven Vanackere, Benjamin Dalle (CD&V Brussel)

 

Wie is Paul?

Paul Delva

Fractieleider CD&V Brussels Parlement
Raadslid Vlaamse Gemeenschapscommissie

Lombardstraat 57
1000 Brussel 

pdelva@bruparl.irisnet.be
+32 2 549 64 50

Twitter

Volg je me ook via sociale media?